De spelers gooien de bal omhoog, koppen en vangen hem weer. Steeds hetzelfde verloop.
Tip
- Bij deze oefening moet de speler het hoofd in de nek leggen, zodat de bal loodrecht van het voorhoofd naar boven kan afketsen. - Trefvlak is het voorhoofd. - De speler gaat licht in het holle kruis, de blik is voortdurend op de bal gericht. - De armen zijn zijwaarts van het lichaam en in het ellebooggewricht gebogen (vergelijkbaar met de armhouding bij het dragen van een krat water). - Het sluiten van de ogen kort voordat de bal het voorhoofd raakt is normaal en gebeurt instinctief. - De benen zijn in het kniegewricht licht gebogen. Door een verende beweging vanuit de kuitspier wordt het hoofd kort voordat het de bal raakt naar boven in de richting van de bal bewogen. Daardoor ketst de bal van het voorhoofd naar boven af. - Erop letten dat de impuls vanuit de kuitspier niet te vroeg wordt uitgevoerd, omdat het effect anders verdwijnt en de bal niet naar boven kan afketsen. Eveneens erop letten dat de impuls niet te sterk is, omdat de bal anders te hoog van het voorhoofd wegketst en daardoor moeilijker te controleren is.