Verloop
Er wordt handbal-kopbal gespeeld. Het doel is onder andere om met het hoofd te scoren. Niveau 1: Doelpunten mogen alleen met het hoofd worden gescoord. De bal wordt met de handen toegeworpen. Met de bal in de hand mag men maximaal drie stappen maken. De balvoerende speler mag worden aangevallen, maar alleen onder de hals; direct overtredingen stoppen, met een vrije worp hervatten. Als de bal de grond raakt, krijgt de tegenstander de bal. Niveau 2: Het verdedigende team mag de bal niet door het vangen van de bal/hands veroveren. Een balverovering is derhalve alleen met het hoofd, de romp en de benen mogelijk en wel alleen als de bal na de aanraking niet op de grond valt. Wordt de bal door de tegenstander met de hand gespeeld/afgeweerd, dan krijgt het aanvallende team een penalty (een speler van het team gaat met de bal naar de doellijn, een ander staat op ca. 10 meter afstand. Deze krijgt de bal voor de doelpoging (volley of per kopbal) toegeworpen. Het verdedigende team positioneert zich naast het doel en mag, nadat de bal de hand van de aangever heeft verlaten, het veld in lopen ter verdediging). Niveau 3: Om een doelpunt te scoren moeten alle spelers de middenlijn zijn overgestoken. Staat een eigen medespeler te dromen, dan telt het doelpunt niet. Steekt een speler van de tegenstander de middenlijn niet over, dan telt het doelpunt dubbel. Niveau 4: Doelpunten per kopbal tellen enkelvoudig. Doelpunten na een passcombinatie tellen dubbel (de bal mag, voordat hij gekopt wordt, ook met de voet volley worden doorgespeeld). Niveau 5: Doelpunten mogen ook per volley-afname worden gescoord. Deze tellen drievoudig. De bal mag, in plaats van geworpen te worden, alleen per wreeftrap worden doorgespeeld. Niveau 6: De worpen moeten eerst met het hoofd worden gestopt/verwerkt, voordat de bal in de hand mag worden genomen. Niveau 7: Een dubbele pass met de voet met aansluitende succesvolle doelpoging, telt drievoudig. Om het speeltempo te verhogen mag een aanval niet langer dan 20 seconden duren.
Tip
- De eenvoudige bal naar de dichtstbijzijnde eisen en tegelijk ruimte voor creativiteit laten. - Op beweging zonder bal letten, zodat aanspeelstations worden gecreëerd. - Zeer vergelijkbare spelverloop/spelsituaties met het voetbalspel. - Herkennen van de spelsituatie, is een kant dicht, dan moet achterom opnieuw worden opgebouwd. - Staat de tegenstander massaal voor het eigen doel, dan moet het naar achteren worden gelokt. - De spelers laten zien dat deze spelvorm veel inhouden traint die men in het voetbalspel nodig heeft. - Doorslaggevend is dat de worpen precies (eventueel met beide handen) worden uitgevoerd. - Het raakoppervlak voor de kopbal is het voorhoofd. - De zwaai voor de kopbal wordt verkregen uit de 'boogspanning' van het bovenlichaam (holle rug houding). - Bij de vliegkopbal of kopbal na sprong wordt met de voetballen afgezet. - Bij het kopbalduel op eerlijke duels letten (zonder ellebooggebruik). - Lichaamscontact eisen. - De verdedigende spelers proberen ofwel voor de aanvaller bij de bal te zijn of zich tussen aanvaller en doel te positioneren om van daaruit de aanval af te weren. - Snelle tegenaanvallen eisen. - 6 pionnen, 2 groot veld-doel(en)