6 m voor het doel worden ca. 9-12 hindernisfiguren (alternatief: stangen met standvoet) opgesteld. De keepers staan in het doel, de keeperstrainers (KT) met de ballen 11-16 m verderop voor resp. naast de doelen.
Verloop
De drie KT schieten op de doelen. Afhankelijk van de schoothoogte en nauwkeurigheid worden de ballen door de hindernissen afgevlakt, zodat de keepers door de richtingsverandering van de bal gedwongen worden snel te reageren.
Tip
- De keeper moet de vliegbaan van de bal zeer kortristig anticiperen. Daardoor wordt zijn reactiesnelheid getraind. - De keeper moet de ballen indien mogelijk vasthouden. Lukt dit niet, dan moet hij de ballen naar de zijkant afweren. - Kort voor het balcontact door de trainer maakt de keeper een kleine tweebenige tussensprong of een korte stap naar voren, spreidt de armen zijwaarts uit, buigt iets in de knieën en staat op de voorvoeten. De voeten wijzen in de richting van de trainer en staan ongeveer heupbreed uit elkaar, het bovenlichaam wordt licht naar voren geleund en de ogen fixeren de bal. - Heel belangrijk is hierbij de juiste voetbaltechniek om zich snel en stevig van de grond af te kunnen zetten. - 12 stang(en), 2 mini-doel(en), 1 groot-veld-doel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontrole
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balKrachttrainingSnelheid