De keeperstrainer positioneert zich volgens de tekening 12-14 meter frontaal voor de keeper. De ballen zijn bij de keeperstrainer.
Verloop
De keeper loopt op de keeperstrainer af en krijgt een hoge bal toegegooid. Deze moet hij, na een eenbenige afzet uit de loop, op het hoogste punt vangen. Bewegingsverloop: (1) Starten en de bal tegemoet lopen. (2) Eenbenige afzet. (3) Bal op het hoogste punt met uitgestrekte armen vangen. (4) Bal tegen de borst trekken, landing.
Tip
- De bal moet op het hoogste punt worden gevangen. - De armen moeten gestrekt zijn. - De keeper springt met één been af en buigt het andere been (ter bescherming) aan. - De bal zo snel mogelijk tegen de borst trekken. - Op de voetballen starten. - Korte passen maken.
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balcontrole
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balKrachttraining