Hoofddeel 2 Spelvorm 1 - Loopacties van de viermansachterhoede met 8 spelers
Organisatie
Acht spelers positioneren zich in twee rijen (vier spelers per rij) zoals in de tekening voorgesteld in een speelveldhelft. Als markeringen voor de spelersposities kunnen ook pionnen worden gebruikt. Speler E heeft de bal.
Verloop
Speler E opent met een pass naar speler A. Die loopt de bal tegemoet, stopt hem op halve hoogte en blijft staan. De andere spelers van de blauwe viermansachterhoede verschuiven nu resp. schuiven zo in als in de voorgaande oefeningen het verschuiven van de viermansachterhoede is ingestudeerd (zie ook tekening rode loopactie). De spelers B, C en D schuiven daarbij 2-3 meter zijwaarts naar rechts in, om in de diepte af te dekken. Vervolgens past A de bal terug naar E en A gaat in basisformatie terug. Speler E leidt de bal zijwaarts door naar speler F. Deze past naar speler B, die de bal evenzo tegemoet komt. Nu begint dezelfde loop- en pasvolgreeks als tevoren. De spelers A+C schuiven 2-3 meter naar binnen in om B af te dekken (driehoeksvorming). D schuift eveneens naar rechts naar binnen in enz. Wanneer alle 11 passwegen zijn afgerond, wordt de taakverdeling gewisseld. Nu passen de blauwe spelers en de rode oefenen het verschuiven/de loopacties van de viermansachterhoede.
Tip
- De loopacties van de spelers zijn naar de bal naar voren en terug resp. naar links en rechts naar binnen schuiven. - Vaak schuiven spelers in de voorwaartse beweging naar binnen. Er moet echter een dieptestaffeling worden bewerkstelligd en dus moet de speler zijwaarts naar achteren lopend naar binnen schuiven. - De loopacties eerst langzaam instuderen. Later in hoog tempo. Dan volgt het passspel direct. - Met elkaar praten. - Zuiver, nauwkeurig passspel. - 8 pionnen