Hoofddeel II Spelvorm II Loopacties van de viermansachterhoede met 4 spelers + 1 aanspeelspeler
Organisatie
Vier spelers worden in lijnformatie op hoogte van het strafschopgebied gepositioneerd. Als afstandsmarkeringen biedt zich ook het plaatsen van pionnen aan. De passgever positioneert zich met bal bij de middencirkel.
Verloop
De aanspeelspeler E past ballen in de ruimtes voor de viermansachterhoede (zie pijlen). De viermansachterhoede verschuift in de richting van de bal. De meest balnabije verdediger schuift daarbij uit de lijnformatie naar voren en probeert de bal op het vroegst mogelijke moment te bereiken en stopt deze. Aan de hand van het voorbeeld van speler C worden de loopacties duidelijk: Speler C loopt de bal tegemoet, stopt hem en blijft staan. De andere spelers van de blauwe viermansachterhoede verschuiven nu resp. schuiven in volgens de getekende loopacties. De spelers A en B schuiven daarbij 2-3 meter zijwaarts naar links resp. D 2-3 meter naar rechts in om speler C in de diepte af te dekken (driehoeksvorming). Vervolgens past C de bal terug naar E en de spelers gaan in hun basisformatie terug. Vervolgens past speler E de bal door naar speler D, die evenzo tegemoet komt en de spelers A, B en C schuiven 2-3 meter naar links naar binnen in, om D af te dekken. Wanneer alle vier loop- en paswegen zijn afgerond, begint de oefening opnieuw.
Tip
- De loopacties van de spelers zijn naar de bal naar voren en terug resp. naar links en rechts naar binnen schuiven. - Vaak schuiven spelers in de voorwaartse beweging naar binnen. Er moet echter een dieptestaffeling worden bewerkstelligd en dus moet de speler zijwaarts naar achteren lopend naar binnen schuiven. - De loopacties eerst langzaam instuderen. Later in hoog tempo. Dan volgt het passspel direct. - Met elkaar praten. - Zuiver, nauwkeurig passspel - 4 pionnen