Hoofddeel II Spelvorm III 4 verdedigers tegen 7 aanvallers op een groot doel en drie kleine pionnendoelen + keeper
Organisatie
Op de middenlijn worden drie pionnendoelen geplaatst. Er worden twee teams gevormd. Een aanvallend team met zeven spelers (geel) en een verdedigend team (blauw) met vier spelers, dat in de viermansachterhoede-lijnformatie (basisformatie) begint. Het gele team formeert zich volgens de tekening met een centrale opbouwspeler, twee spelers op de middenveld-halfposities, twee vleugelspelers en twee spitsen. De gele opbouwspeler heeft de bal. In het doel bevindt zich een keeper.
Verloop
De opdracht van het gele team is om door het toepassen van verschillende spelpatronen en aanvalsvarianten tot een doelpoging op het grote doel met keeper te komen. Het blauwe team moet het grote doel verdedigen en heeft bij balbezit de mogelijkheid (met maximaal tien/vijf balcontacten) een doelpunt op de drie pionnendoelen te maken. Bij het verdedigen geldt het juist te verschuiven en geen pas- en schotopties toe te laten. Belangrijk is dat wanneer de balnabije verdediger naar voren stapt, de twee buren naar binnen schuiven en een verdedigingsdriehoek vormen. Maakt het gele team een doelpunt of gaat de bal in het doel- of zijuit, wordt aan de middenlijn opnieuw geopend. Er moet met zigzag-ballen worden geopend. D.w.z. de spitsen maken een tegenbeweging en bieden zich de passende spelers altijd in de halfruimte als aanspeelstation aan. Zo weinig mogelijk balcontacten. Op de buitenbanen moet indien mogelijk 1 tegen 1 worden gespeeld en overlapt worden. Daarvoor moeten de buitenbaanspelers aan de zijlijn gepositioneerd zijn en na een aangeven naar binnen dribbelen, zodat de achterliggende buitenste verdediger kan overlappen. Steeds weer diagonale ballen spelen en zo zijwissels initiëren om het verdedigingsverband in beweging te krijgen. De spitsen komen constant de balbezitter tegemoet, haken van tevoren af en kruisen. 1 - Diagonale bal 2 - Zigzag-bal 3 - Dribbel 1 tegen 1 4 - Afhaken 5 - Kruisen 6 - Overlappen
Tip
- Door passes in de diepte op de spitsen wordt de achterhoede in een voorwaartse beweging gebracht. Door het verder verplaatsen van de bal wordt de achterhoede gedwongen voorwaarts naar de zijkant te verschuiven. Dit leidt ertoe dat het aanvalsteam ruimtes in de diepte krijgt, alsook de mogelijkheid krijgt om door een diagonale bal naar de vrijgekomen kant te passen. - De passspelers in de achterruimte mogen niet te dicht op de voorste spelers oplopen en moeten altijd 20-25 meter afstand tot de aanvallers houden, zodat ze het spelgebeuren permanent voor zich hebben en in de ballen 'kunnen inlopen' om zo de bal met een contact snel door te kunnen spelen. - Belangrijk is permanent bewegen, met elkaar praten en snel, precies passspel. - De viermansachterhoede mag de dieptestaffeling niet vergeten en zich niet te ver laten uitzakken. - 6 pionnen, 1 groot veld-doel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenSchijnbewegingen/trucsKopbaltrainingPasstrainingSchottraining