Hoofddeel III 4 verdedigers + 1 centrale middenvelder tegen 7 aanvallers
Organisatie
Er wordt op een speelveldhelft 5 tegen 7 op twee doelen gespeeld. Daarvoor wordt het tweede doel op de middenlijn geplaatst. Het blauwe team wordt in de viermansachterhoede-basisformatie met een centrale speler voor de linie gepositioneerd. Het gele team formeert zich volgens de tekening met een centrale opbouwspeler, twee spelers op de middenveld-halfposities, twee vleugelspelers en twee spitsen. In beide doelen staat een keeper. De ballen bevinden zich in het doel van het gele team.
Verloop
De opdracht van het gele team is om door het toepassen van verschillende spelpatronen en aanvalsvarianten tot een doelpoging te komen en hun eigen doel bij counters door het gele team te verdedigen. Het blauwe team verdedigt zijn doel en heeft bij balbezit de mogelijkheid zelf een doelpunt te maken. Bij het verdedigen geldt het juist te verschuiven en geen pas- en schotopties toe te laten. Belangrijk is dat wanneer de balnabije verdediger naar voren stapt, de twee buren naar binnen schuiven en een verdedigingsdriehoek vormen. Maakt het gele team een doelpunt of gaat de bal in het doel- of zijuit, wordt aan de middenlijn opnieuw geopend. Er moet met zigzag-ballen worden geopend. D.w.z. de spitsen maken een tegenbeweging en bieden zich de passende spelers altijd in de halfruimte als aanspeelstation aan. Zo weinig mogelijk balcontacten. Op de buitenbanen moet indien mogelijk 1 tegen 1 worden gespeeld en overlapt worden. Daarvoor moeten de buitenbaanspelers aan de zijlijn gepositioneerd zijn en na een aangeven naar binnen dribbelen, zodat de achterliggende buitenste verdediger kan overlappen. Steeds weer diagonale ballen spelen en zo zijwissels initiëren om het verdedigingsverband in beweging te krijgen. De spitsen komen constant de balbezitter tegemoet, haken van tevoren af en kruisen.
Tip
- Door passes in de diepte op de spitsen wordt de achterhoede in een voorwaartse beweging gebracht. Door het verder verplaatsen van de bal wordt de achterhoede gedwongen voorwaarts naar de zijkant te verschuiven. Dit leidt ertoe dat het aanvalsteam ruimtes in de diepte krijgt, alsook de mogelijkheid krijgt om door een diagonale bal naar de vrijgekomen kant te passen. - De passspelers in de achterruimte mogen niet te dicht op de voorste spelers oplopen en moeten altijd 20-25 meter afstand tot de aanvallers houden, zodat ze het spelgebeuren permanent voor zich hebben en in de ballen 'kunnen inlopen' om zo de bal met een contact snel door te kunnen spelen. - Belangrijk is permanent bewegen, met elkaar praten en snel, precies passspel. - De viermansachterhoede mag de dieptestaffeling niet vergeten en zich niet te ver laten uitzakken. - 2 groot veld-doel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenSchijnbewegingen/trucsKopbaltrainingPasstrainingSchottraining