Er wordt een horde 3-4 meter voor de doellijn opgebouwd. De keeper gaat in het midden op de doellijn staan en de keeperstrainer (KT) neemt 12 meter verderop zijn positie in volgens de afbeelding.
Verloop
De keeper springt op commando van de KT over de ca. 1 m hoge horde. Het startsignaal is ofwel een lichaamsbeweging van de keeperstrainer of het laten vallen van een bal. Na de sprong over de horde volgt een halfhoge worp in de rechter of linker hoek. Intensiteit: Per kant 6 herhalingen.
Tip
- Hurksprongen: Door een krachtige, tweebenige afzet worden de knieën/bovenbenen naar de borst getrokken. De armen zijn gebogen en gaan in de uithaalbeweging. Het bovenlichaam is rechtop. Er wordt op de voorvoeten geland. Na een korte grondcontacttijd volgt direct de volgende sprong.n-De landing vindt plaats op de voorvoeten. De voeten wijzen in de richting van de trainer en staan ongeveer heupbreed uit elkaar, het bovenlichaam wordt licht naar voren geleund en de ogen fixeren de bal. De landing en de afzet gaan vloeiend in elkaar over en vormen een beweging. - Het lichaam moet bij de afweeractie altijd achter de bal worden gebracht. - Bij de afweeractie mag de keeper nooit naar achteren vallen, maar altijd naar voren. - Zijwaarts verschoven sprongen (skieerbeweging): Met licht naar voren gebogen bovenlichaam wordt, afwisselend met het rechter en linker been, zijwaarts naar voren gesprongen (met het rechter been naar rechts voren en met het linker naar links voren). Belangrijk is dat de afzet en de landing via de voorvoeten plaatsvinden. De armen zwaaien ondersteunend mee. Zet het standbeen na de afzet neer, dan is het andere been gebogen (geen grondcontact). De blik is recht vooruit gericht. - 1 horde(n), 1 groot-veld-doel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balcontrole
Conditie
Conditie
Bewegingssnelheid zonder balKrachttrainingSnelheid