Er worden 4 spelers (2 spitsen en 2 middenveld- of verdedigende spelers) volgens de tekening op het veld gepositioneerd. De twee spitsen staan 5-8 meter van de strafschopgebiedgrens. De twee aanspelers staan op de middellijn. In het doel staat een keeper, de overige spelers stellen zich paarsgewijs achter spelers B en C op.
Verloop
Speler I passt de bal naar speler B, loopt meteen diagonaal het strafschopgebied in, waar hij de bal van speler B in de loop toegespeeld krijgt en daar op het doel schiet of de bal breed legt op de meegelopen speler J. Passgever B kan als alternatief ook aan spits J de pass in de straat spelen.
Tip
- De spitsen kruisen richting eerste en tweede paal. - Bij het kruisen is het belangrijk dat de spelers zich na de voorlaatste pass in beweging zetten en kort voor de uithaalbeweging van de voorzetter in sprinttempo explosief van positie wisselen. - De kruisende spelers c.q. aanvallers mogen niet te vroeg starten. - De aanzet-beweging van de passontvangers vindt plaats met de uithaalbeweging van de passspeler. - 1 klein velddoel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
PasstrainingSchottraining
Tactiek
Tactiek
TeamgedragSpelersgedragAanvalspatronen
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balKrachttrainingSnelheid