Bij elk station wordt een start- en een eindpion opgebouwd. Er worden spelersparen gevormd die zich achter of naast elkaar ter hoogte van de startpion opstellen. Elk spelerspaar krijgt een weerstandsband.
Verloop
Een speler per paar staat vooraan, de ander met de weerstandsband erachter. De weerstandsband wordt om de heup of de borst van de voorste gelegd. De voorste sprint weg en de achterste trekt met de weerstandsband zo hard in de tegenovergestelde richting dat de voorste slechts zeer langzaam vooruit komt. Na 3-5 m laat de achterste de weerstandsband plotseling los en de voorste sprint naar de eindpion.
Tip
- Met de weerstandsband (lopen tegen een weersta d) wordt de startsnelheid getraind. Door het werken in de weerstandsband wordt een hoge spierspanning (hoge spiertonus) opgebouwd. Daardoor ontstaat energie die kortdurend wordt opgeslagen en op het moment van wegvallen van de weerstand impulsmatig wordt vrijgegeven. - Bij de start wordt in spreidstand op de voetballen gestart. In het begin is het bovenlichaam ver naar voren gebogen, het zwaartepunt is op heuphoogte, de blik gaat naar beneden. Na het krachtig afzetten over de voetballen wordt het bovenlichaam geleidelijk opgericht, de blik gaat omhoog en de pasfrequentie neemt toe. De armen worden afwisselend met de beenbeweging (gaat het rechterbeen naar voren, dan gaat de linkerarm naar voren en omgekeerd) actief meebewogen. Na de eerste 3-4 passen op de voetballen wordt nu over de hele voet afgerold (hiel, zool, voetbal), het bovenlichaam is rechtop en rustig, de pasfrequentie stijgt tot het maximum. - 2 pionnen
Trainingsattributen
Conditie
Conditie
Bewegingssnelheid zonder balKrachttrainingSnelheid