Er worden spelersparen gevormd. Elk spelerspaar heeft een bal.
Verloop
Oefening 1 - De speler met bal gooit zijn partner de bal toe. Deze kopt hem vanuit de tweebenige sprong terug. Oefening 2 - De speler met bal gooit zijn partner de bal toe. Deze kopt hem vanuit de eenbenige sprong terug. Oefening 3 - De speler met bal gooit zijn partner de bal toe. Deze kopt hem vanuit stand terug. Per ronde worden 30-50 herhalingen gedaan. In totaal worden 3-6 ronden gedaan. Na elke ronde wisselt de gooier.
Tip
- Bij een krachtige, tweebenige afzet worden de knieën licht gebogen. De armen zijn gebogen en gaan in de uithaalbeweging. Het bovenlichaam is rechtop. Er wordt op de voetballen geland. - Bij alle sprongvarianten wordt alleen op de voetballen bewogen en afgesprongen. Kort bodemcontact met explosieve sprong. - Gekopt wordt met het voorhoofd. - De nek wordt bij de rechte kopbal niet zijwaarts bewogen, maar van achteren naar voren. - Bij de zijwaartse kopbal wordt het hoofd vanuit de rechte positie tot 45 graden naar de zijkant gedraaid. - Vaart wordt uit de holle rug genomen (boogspanning). - Bal aankijken; bij de kopbal zijn de ogen gesloten (dit is een natuurlijke reflex en niet te veranderen!). - Armen zijn gebogen, handen (meestal als vuist) wijzen naar boven en dienen om vaart te nemen.
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Kopbaltraining
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balKrachttrainingSnelheid