De speler dribbelt met rechts los en start de locomotief. De beweging lijkt op die van een oude stoomlocomotief. De voet gaat over de bal en er wordt een haktruc voorgewend. Daarbij wordt de snelheid verminderd. In plaats van de haktruc wordt de bal echter met de wreef verder in de oorspronkelijke looprichting meegenomen en tegelijkertijd het tempo sterk versneld (sprint). Door de misleiding en de tempowisseling wordt geprobeerd de tegenstander af te schudden. Onmiddellijk draait de balvoerder zich eenmaal om de eigen as (360 graden-draai) en loopt verder. Bij de draai wordt de bal strak aan de voet gevoerd. Voor de draai mogen maximaal 3 balcontacten worden gebruikt. Aansluitend wordt de bewegingssequentie met de linkervoet getraind. Techniek-bewegingssequentie: 1-5 - Locomotief 6 - Draai om de eigen as 7 - Dribble
Tip
Uitvoeringstechniek locomotief: - Het bovenlichaam is aan het begin van de dribble licht naar voren gebogen - Niet in achterwaartse ligging gaan. - De armen zijn in het ellebooggewricht gebogen en worden zijwaarts van het lichaam, volgens de normale armbeweging bij het lopen/gaan, meegevoerd. - De benen zijn tijdens de uitvoering in het kniegewricht licht gebogen. Uitvoeringstechniek Rosicky-schijnbeweging: - De draai moet op zo klein mogelijke ruimte gebeuren. - De draai met balmeename is een vloeiende beweging. - De bal mag de voet op geen enkel moment meer dan 70 cm verlaten. - Het standbeen is niet verder dan 50 cm van de bal verwijderd en beweegt zich in een radius van maximaal 70 cm. - Het bovenlichaam is licht naar voren gebogenn. Beide benen staan niet ver uit elkaar. - Het balrakende been is gebogen. - Met het laatste balcontact tijdens de draai wordt de sprint ingeleid (explosieve start vanuit de draai).