Met pionnen worden de hoeken van het speelveld gemarkeerd die de spelers moeten omlopen. Daarnaast wordt aan beide zijden van de middenlijn een extra markeringspion geplaatst. De spelers stellen zich bij het gele startpion achter elkaar of in tweetallen op.
Verloop
De spelers maken steigeringssprints om het hele veld. Ze beginnen met een sprint tot het eerste pion op de middenlijn (1), de rest van de loopweg terug naar het startpion draven ze. De tweede loop gaat dan tot de eerste hoekvlag (2), de rest van de loopweg wordt gedrafd. Volgens dit schema gaat het verder totdat loopweg 4 (sprint tot het tweede middenlijnpion, draven tot het startpion) afgesloten is. De spelers moeten altijd buiten om de pionnen lopen en tot de telkens voorgeschreven sprintmarkering doorsprinten. Tijdens een loopdoorgang (loopwegen 1-4) wordt altijd ofwel gedrafd of gelopen, nooit echter gewandeld. Legenda pijlen: Dubbel gestreepte pijl = steigering/sprint Enkel gestreepte pijl = losjes draven
Tip
- Handpalmen zijn open, geen vuisten maken. - Losjes, licht optreden, niet stampen: lichtvoetigheid. - De aan het lichaam gebogen armen bewegen zich afwisselend met de benen mee. - 6 pionnen
Trainingsattributen
Conditie
Conditie
Bewegingssnelheid zonder balBasisuithoudingsvermogenKrachttrainingSnelheid