Oefening KW 10: Dubbelpass met achterlopen en dribbling
Organisatie
Zes pionnen worden zoals getekend geplaatst. Het is aan te bevelen de respectievelijke buitenste pionposities met grote pionnen of vlagstokken te bezetten (zie tekening). Dit heeft als voordeel dat de spelers om de pionnen heen moeten lopen en er niet overheen kunnen springen. Er staan per kant telkens twee spelers 10 - 15 meter van elkaar verwijderd tegenover elkaar. De oefening is geschikt voor 6 - 10 spelers.
Verloop
Eerst wordt een lage of hoge pass van speler A naar B gespeeld. Speler B kaatst naar de zijkant in de loop van A. Speler A dribbelt naar de pion, omspeelt de afspeler B, loopt met de bal naar de tegenoverliggende grote pion, om vervolgens naar de andere groep te dribbelen. Na het tempodribbling sluit de speler aan bij de rode groep. De rode groep met speler D en afspeler C doet de oefening tegelijkertijd, met spiegelverkeerde loopwegen (zoals ingeteke d). Alternatief: Deze oefening kan ook als wedstrijdvorm worden uitgevoerd. Daarvoor beginnen beide groepen tegelijkertijd met de uitvoering zoals reeds beschreven. De groep krijgt een punt, wiens speler als eerste het vijandelijke team met bal bereikt. Het team met de meeste punten wint.
Tip
Let op: De spelers moeten de vijandelijke speler steeds in het oog houden, zodat ze elkaar bij het kruisen van de loopwegen niet hinderen. - Pass- en starttiming klopt vaak niet, omdat er te vroeg of te laat wordt gestart resp. gepasst. - De balverwachtende speler maakt altijd een stap terug in een dynamische sprongbeweging en gaat dan de bal een stap tegemoet. - Bij het kaatsen de voet licht optillen - Passes strak en nauwkeurig spelen. - Vaak loopt de speler sneller dan hij passt. - 6 pionnen
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenPasstraining