Oefening KW08: Passspel met voorzetten en doelafronding variant I
Organisatie
Opbouw van een pionnenvierkant volgens de afbeelding. Elke pion wordt door een speler bezet. Drie extra spelers worden als volgt geplaatst: twee spelers zijwaarts van de 16 en een speler zijwaarts van het doel op de doellijn. (1) Doelschot
Verloop
De oefening begint met een diagonale pass van speler A naar C binnen het vierkant. Speler C kaatst de bal naar speler B die op zijn beurt een diagonale pass naar speler D speelt. Deze legt de bal kort klaar voor speler C, die na een korte sprint tot doelschot komt. Na de afronding sprint nu D het strafschopgebied in, om ofwel: a) een voorzet van G b) een voorzet van E c) een terugpass van Fnte benutten. Daarna bewegen alle spelers een station verder.
Tip
- De bal verwachtende speler maakt altijd een stap terug in een dynamische sprongbeweging en gaat dan de bal een stap tegemoet. - Passes scherp, nauwkeurig en laag spelen. - Bij het kaatsen de voet licht optillen. - Juiste starttiming bij het kruisen. - De voorzetten en terugpass moeten scherp worden gespeeld. - 4 pionnen