De keeper staat 2-3 m voor zijn doel. Ongeveer 6 m zijwaarts van hem staat de keeperstrainer (KT) met de ballen. Op de middellijn links en rechts buiten zijn twee kleine doelen opgebouwd.
Verloop
De KT werpt de keeper een bal toe op borsthoogte. De keeper moet de bal zo snel mogelijk verwerken (vangen of met de borst meenemen) en deze ofwel links of rechts in de doelen op de halfposities spelen. Belangrijk daarbij is dat hij afwisselend de linker- en rechtervoet gebruikt. Intensiteit: 30 herhalingen. Opties: A - Balmeename met de borst + binnenkantschop met links B - Bal met beide handen vangen + binnenkantschop met rechts
Tip
- Steeds weer nauwkeurigheid en tempo eisen (de langzame uitvoering leidt op termijn niet tot spelgericht succes). - Het standbeen moet 30-40 cm zijwaarts naast c.q. op hoogte van de bal worden geplaatst. - De borst bij de balmeename in de richting draaien waarin de bal verder moet worden gespeeld. - Wordt de bal gevangen, snel naar de doelzijde draaien waarheen de bal gespeeld moet worden. - Spannschop (vollspann): De voetpunt wijst naar beneden, het enkelgewricht is aangespannen en het bovenlichaam licht over de bal gebogen. Trefoppervlak is het achterste deel van de wreef. Om een grotere lengte van de bal te bereiken is een lichte achterwaartse positie toegestaan. - Binnenkantschop: De bal wordt deels met de binnenkant en deels met de vollspann gespeeld. Het standbeen is zijwaarts naast de bal gepositioneerd en het bovenlichaam van de speler gaat in een schuine positie. De tenen wijzen naar beneden, vergelijkbaar met de voethouding bij de spannschop. - 1 groot velddoel(en), 2 klein velddoel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontrolePasstrainingSchottraining
Tactiek
Tactiek
Spelopbouw
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balKrachttraining