← terug naar overzicht
Oefening KW18.1: Speelpatroon met spelverlegging I
20 min
Voetbal Oefening

Oefening KW18.1: Speelpatroon met spelverlegging I

Organisatie

Aan de kopzijde van het veld wordt een doel opgesteld, waarin een keeper gaat. 8 veldspelers worden volgens de afbeelding op het speelveld gepositioneerd. Op de linker/rechter buitenbaan gaan telkens twee spelers op 10-15 meter afstand van elkaar. De twee spitsen nemen hun positie in op 10 meter afstand van elkaar, op hoogte van de strafschopgebiedgrens. De overige spelers stellen zich paarsgewijs links en rechts achter spelers B en C op. De ballen zijn in de middencirkel.

Verloop

De oefening begint met een pass van middenvelder C op linker buitenverdediger A, die direct naar centrale verdediger B kaatst. De door A teruggespeelde bal passt B diagonaal op de rechter buitenverdediger D. D passt diagonaal in de loop van speler E. E neemt de bal mee, dribbelt enkele meters en voorzet voor het doel. Speler A positioneert zich in het linker halfveld. Gelijktijdig met de pass op de buitenbaan starten de vier spelers B, C, H en D richting het doel in de teruggetrokken ruimte. Kort voor de voorzet door speler E starten de twee spitsen I en J richting het doel. Hun loopwegen kruisen zich ter hoogte van de 16-meterlijn. Alle spelers proberen de voorzet te benutten.

Tip

- De spitsen kruisen richting eerste en tweede paal. - Bij het kruisen is het belangrijk dat de spelers zich na de voorlaatste pass in beweging zetten en kort voor de uithaalbeweging van de voorzetter in sprinttempo explosief van positie wisselen. - De kruisende spelers c.q. aanvallers mogen niet te vroeg starten. - Erop letten dat de ingestudeerde bewegingspatronen tot een snelle, vloeiende totaalbeweging leiden. - De blik moet regelmatig van de bal worden losgemaakt (wisselende blik richting bal en naar voren). - De pass verwachtende speler gaat, gelijktijdig met de uithaalbeweging van de passgever, in een korte tegenbeweging. - De pass moet in de looplijn van de bal verwachtende starter worden gespeeld. - De passspeler moet de looplijn van de bal verwachtende speler observeren. - De diagonale ballen moeten als binnenkantschop worden gespeeld en vereisen scherpte en precisie. - 1 groot velddoel(en)

Trainingsattributen

Techniek

Techniek
Balaan- en -meename Dribbelen Passtraining

Tactiek

Tactiek
Vleugelspel/voorzetten Teamgedrag Spelopbouw Spelersgedrag Spelverplaatsing Aanvalspatronen

Conditie

Conditie
Actiesnelheid met bal Bewegingssnelheid zonder bal Basisuithoudingsvermogen Krachttraining Snelheid

Coördinatie

Coördinatie
Anticipatiesnelheid Handelingssnelheid

Trainingsorganisatie

Leeftijdsgroep
O6 - O13 O14 - O19
Duur
20 min
Trainingsopbouw
Hoofddeel
# Spelers
10-15 spelers 16-22+ spelers
# Keepers
1 keeper
Trainingsvorm
Individueel training Teamtraining Spelvormen
Oefeningniveau
Gemiddeld Moeilijk
Ruimtegebruik
Half veld
Trainingslocatie
Zaal Veld