Oefening KW26: Hoofddeel III 4 verdedigers + 1 centrale middenvelder tegen 7 aanvallers
Organisatie
Op een speelveldhelft wordt 5 tegen 7 op twee doelen gespeeld. Daartoe wordt het tweede doel op de middellijn geplaatst. Het blauwe team wordt in de viermansverdediging-basisformatie met een centrale speler voor de verdediging gepositioneerd. Het gele team formeert zich volgens de tekening met een centrale opbouwspeler, twee spelers op de middenveld-halfposities, twee vleugelspelers en twee spitsen. In beide doelen staat een keeper. De ballen bevinden zich in het doel van het gele team.
Verloop
De taak van het gele team is om door toepassing van verschillende spelpatronen en aanvalsvarianten tot doelafronding te komen en hun eigen doel bij counters door het gele team te verdedigen. Het blauwe team verdedigt zijn doel en heeft de mogelijkheid bij balbezit zelf een doelpunt te scoren. Bij het verdedigen geldt het juist verschuiven en geen pass- en schotopties toe te laten. Belangrijk is dat wanneer de balnabije verdediger uitstapt, de twee buren inrukken en een verdedigingsdriehoek vormen. Scoort het gele team een doelpunt of gaat de bal in het doel- of zijuit, dan wordt op de middellijn opnieuw geopend. Er moet met zigzag-ballen worden geopend. D.w.z. de spitsen gaan in een tegenbeweging en bieden zich de passspelers steeds in de halfruimte als aanspeelstation aan. Zo min mogelijk balcontacten. Op de buitenbanen moet indien mogelijk 1 tegen 1 worden gespeeld en achtergelopen. Daarvoor moeten de buitenbaanspelers aan de buitenlijn gepositioneerd zijn en na een toepass naar binnen dribbelen, zodat de achterste buitenverdediger kan achterlopen. Steeds weer diagonale ballen spelen en zodoende zijwisselingen initiëren om de verdedigingslinie in beweging te krijgen. De spitsen komen voortdurend de balbezitter tegemoet, haken van tevoren af en kruisen.
Tip
- Door passes in de diepte op de spitsen wordt de verdedigingslinie in een voorwaartse beweging gebracht. Door het verder verleggen van de bal wordt de verdedigingslinie gedwongen voorwaarts zijwaarts te verschuiven. Dit leidt ertoe dat het aanvallende team ruimtes in de diepte krijgt, en ook de mogelijkheid krijgt om door een diagonale bal naar de vrijgekomen kant te passen. - De passspelers in de teruggetrokken ruimte mogen niet te dicht op de voorste spelers oplopen en moeten altijd 20-25 meter afstand tot de aanvallers houden, zodat ze het spelgebeuren permanent voor zich hebben en in de ballen 'kunnen lopen' om zo de bal met een contact snel door te kunnen spelen. - Belangrijk is permanent bewegen, met elkaar praten en snel, precies passspel. - De viermansverdediging mag de dieptestaffelering niet vergeten en zich niet te ver laten uittrekken. - 2 groot velddoel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenSchijnbewegingen/trucsKopbaltrainingPasstrainingSchottraining