← terug naar overzicht
Oefening KW32: Aanvallen over het midden met opties niveau 2 variant I-III
Oefening KW32: Aanvallen over het midden met opties niveau 2 variant I-III
30 min
Voetbal Oefening

Oefening KW32: Aanvallen over het midden met opties niveau 2 variant I-III

Organisatie

Met pionnen wordt volgens de betreffende variant een passstation opgebouwd. Bij pion I begeven zich drie spelers, bij pion II twee spelers en bij pion III een speler. De ballen liggen bij startpion I.

Verloop

Variant 1: Speler B passt de bal naar speler C en loopt zijn pass achterna naar pion II. C passt de bal naar speler D en loopt naar pion III. Gelijktijdig met de uithaalbeweging van C start speler D richting de bal en passt deze direct in de looplijn van speler E. D stelt zich op bij pion II, speler E probeert een doelpunt te scoren en begeeft zich naar pion I. Dit verloop herhaalt zich nu voortdurend. Variant 2: Speler B speelt een dubbele pass met speler D, passt daarna door naar C en loopt naar pion II. C passt de bal naar D en stelt zich op naast pion II. Speler D passt deze direct in de looplijn van speler E, die probeert een doelpunt te scoren. D loopt naar pion III en de speler begeeft zich na de doelafronding naar pion I. Variant 3: Speler B speelt een lange pass in de looplijn van speler D en loopt naar pion II. D passt daarna door in de loop van speler C en positioneert zich bij pion II. C passt de bal in de looplijn naar E en deze probeert een doelpunt te scoren. C stelt zich op bij pion III en speler E positioneert zich na zijn doelafronding bij pion I.

Tip

- Erop letten dat de ingestudeerde bewegingspatronen tot een snelle, vloeiende totaalbeweging leiden. - Steeds weer nauwkeurigheid en tempo eisen (de langzame uitvoering leidt op termijn niet tot spelgericht succes). - Spelers moeten leren (vergelijkbaar met het spel) te observeren en het geobserveerde toe te kunnen passen. - Steeds weer de fouten corrigeren, om het inslijpen van verkeerde automatismen te voorkomen. - De blik moet regelmatig van de bal worden losgemaakt (wisselende blik richting bal en naar voren). - De pass verwachtende speler gaat, gelijktijdig met de uithaalbeweging van de passgever, in een korte tegenbeweging. - De pass moet in de looplijn van de bal verwachtende starter worden gespeeld. - De passspeler moet de looplijn van de bal verwachtende speler observeren. - Deze passcombinaties vereisen een hoge mate van spelintelligentie en harmonie tussen passnauwkeurigheid, starttiming en de juiste loopwegen. - 1 groot velddoel(en), 9 pionnen

Trainingsattributen

Techniek

Techniek
Passtraining Schottraining

Tactiek

Tactiek
Teamgedrag Spelopbouw Spelersgedrag Aanvalspatronen

Conditie

Conditie
Bewegingssnelheid zonder bal Basisuithoudingsvermogen Krachttraining Snelheid

Coördinatie

Coördinatie
Anticipatiesnelheid Handelingssnelheid

Trainingsorganisatie

Leeftijdsgroep
O6 - O13 O14 - O19
Duur
30 min
Trainingsopbouw
Hoofddeel
# Keepers
1 keeper
Trainingsvorm
Individueel training Teamtraining Spelvormen
Oefeningniveau
Gemiddeld Moeilijk
Ruimtegebruik
Half veld
Trainingslocatie
Veld Zaal