Oefening KW34: 2 tegen 2 na spelopening door de keeper
Organisatie
Op beide kopzijden van het veld wordt een doel opgebouwd, waarin telkens een keeper gaat. 8 veldspelers worden in vier 2-tallen verdeeld en volgens de afbeelding in het speelveld en naast de doelen geplaatst. Ter markering van de middellijn wordt aan de zijlijnen een pion opgesteld.
Verloop
De keeper opent de spelsituatie met een lange pass naar spits I, die diep opgesteld in de 16 van het tegendoel staat, een tegenbeweging start en door zijn loopweg de passweg aangeeft. Met de uithaalbeweging door de keeper start speler J eveneens een tegenbeweging en loopt richting aanvalspartner I om een extra speeloptie te bieden. De twee verdedigers proberen de aanvallende spelers aan de doelafronding te hinderen, winnen zij het duel met balbezit, dan mogen ze een tegenaanval starten. Na elke aanval wordt de spelopening gewisseld, zodat iedere keeper de openingspass speelt.
Tip
- De verdedigende spelers proberen de aanvaller zo vroeg mogelijk te attackeren, zodat deze geen tempo kan opbouwen en indien mogelijk hun lichaam met de schouder naar voren tussen zichzelf en de aanvaller te plaatsen. - De verdedigende speler probeert de aanvaller in te halen, of de passweg dicht te zetten of hem zijwaarts af te dringen. - De verdedigende speler probeert het duel met balbezit te winnen. - De verdediger moet de weg naar het doel dichtzetten. Zijwaarts verschoven staan, zodat de aanvaller de doelverwijderde weg moet kiezen. - De aanvallende spelers proberen snel de aanval af te ronden. - De oprukkende aanvaller kan zich door een loopfinte vrijlopen en zo kortstondig voor een meerderheidssituatie zorgen. - 2 groot velddoel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenSchijnbewegingen/trucsPasstrainingSchottraining
Tactiek
Tactiek
SpelopbouwSpelersgedragOndertal / overtal
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balBasisuithoudingsvermogenKrachttrainingSnelheid