Oefening KW52: Driehoeksvorming dubbele passes in de driehoek variant II
Organisatie
Er worden drie pionnen als aangegeven opgesteld. De startpion met bal is dubbel/meervoudig bezet, bij de andere pionnen staat telkens een speler.
Verloop
A speelt een dubbele pass met speler B (1+2) en passt vervolgens diagonaal naar speler C (3). C speelt een dubbele pass met B (4+5) en vervolgens speelt C nog een dubbele pass met D (6+7). Daarop speelt speler C (8) diagonaal naar pion II (speler A). Speler A passt de bal dan naar D (9). Nu volgt hetzelfde verloop als eerder. Loopwegen: - Speler A loopt naar pion II - B loopt naar pion III - Speler C wisselt naar pion I De posities worden met de klok mee gewisseld! Alternatief: Na de helft van de tijd volgt een richtingswisseling en het verloop vindt tegen de klok in plaats.
Tip
Eerst de pasoefening langzaam instuderen en dan het pastempo verhogen. De bal verwachtende spelers maken altijd een aanzet-beweging. Zijwaarts of achterwaarts een dynamische sprongstap om dan de pass een stap tegemoet te gaan. De oefening is bij snelle uitvoering en met slechts vier spelers enorm loopintensief. - Onder tijdsdruk wordt een zeer veeleisend, spelnabij passspel geëist. - De bal verwachtende spelers roepen door een verbale aanwijzing de bal af. - De passtiming en starttiming zijn beslissend. - Vaak lopen de spelers sneller dan ze passen. - Loopweg niet vergeten. - Passscherpte en -nauwkeurigheid eisen. - Nauwkeurigheid gaat voor snelheid. - De concentratie moet in stand worden gehouden. - 3 pionnen