Oefening van de week 16: 3 + 1 tegen 3 in twee zones
Organisatie
Er worden twee 6-tallen (rood en blauw) gevormd, die op een afgebakende speelhelft tegen elkaar spelen. Op de doellijn en kort voor de middellijn worden elk een doel opgesteld, waarin telkens een keeper gaat. De buitenlijnen worden met pionnen gemarkeerd. Ter markering van de middellijn wordt aan de zijlijnen van het speelveld telkens een pion geplaatst.
Verloop
Er worden twee 6-tallen gevormd. In elke speelzone mag slechts 3 tegen 3 + een extra aanvallende speler worden gespeeld. Elk defensief 3-tal heeft in de aanval 3 extra aanspeelstations. De speler die de pass naar de aanvalszone speelt, mag zich als vierde speler in de aanval inschakelen. Hij kan ook met de bal de aanvalszone in dribbelen. De defensieve driemansrij moet de aanvallende spelers dichtzetten en hen bij de spelopbouw aan de balcontrole hinderen. Er ontstaat een voortdurend wisselspel met een 4 tegen 3 - situatie.
Tip
- De focus van deze spelvorm ligt enerzijds op het instuderen van de verdedigende loopwegen c.q. het duelgedrag in gelijktal en mindertal met de vervolgacties 'snel omschakelen van verdediging naar aanval' en balcontrole na balverovering. Anderzijds wordt bij het balbezittende team het vrijlopen met als doel in meerderheid een doelpunt te scoren ingestudeerd. - Doel voor de verdedigende spelers is om ofwel in balbezit te komen of de balbezittende aanvaller naar de doelongevaarlijke ruimte zijwaarts af te dringen en hem door dubbelen of inrukken de passweg naar het doel/naar de medespeler te versperren. - In de aanval is permanent bewegen en een snel, precies passspel en 1 tegen 1 - situaties vereist. - 8 pionnen, 2 groot velddoel(en)