Oefening van de week KW25: Passen in het vierkant variant III
Organisatie
Opbouw van een pionnenvierkant. De startpositie (speler met bal) wordt dubbel bezet.
Verloop
De speler met bal begint de passvorm met een pass (1) op de hem verticaal (in de diepte) tegenover staande speler. Deze kaatst de bal terug en omspeelt de pion. De passopener loopt vervolgens de tweede pass tegemoet en speelt halverwege direct op de diagonaal tegenover hem geplaatste speler. Deze speelt de bal op zijn beurt naar de zijwaarts van hem staande speler (de eerder de pion omspeelde speler), die de pass tegemoet komt en deze nu op zijn beurt direct naar de diagonaal tegenover hem staande speler doorspeelt enz. Er ontstaat een zich voortdurend herhalend passverloop: Kaatsen + diagonale pass.
Tip
- De bal verwachtende speler start zijn tegenbeweging gelijktijdig met de uithaalbeweging van de passspeler. - De kaatser moet zijn looptempo afstemmen op de passsnelheid. - Het standbeen niet te ver van de bal plaatsen en erop letten dat de spelers niet in achterwaartse positie gaan. - De passtiming en starttiming zijn beslissend. - Vaak lopen de spelers sneller dan ze passen. - Passscherpte en -nauwkeurigheid eisen. - 4 pionnen