Er wordt volgens de afbeelding een vierkant opgebouwd met een pion in het midden. Twee van de pionnen worden dubbel bezet, de andere telkens met één speler. Bij elke pion moet een bal liggen. (1) Variant 1 (2) Variant 2
Verloop
Speler A past naar B en deze speelt direct door naar C. C speelt de bal vervolgens in de loop van D, waarbij B na zijn pass in de richting van C loopt om D te achterlopen. Vervolgens werken speler D en B samen en proberen tegenstander E uit te spelen met variant 1 (een finte) of met variant 2 (een pass). De spelers B en D sluiten zich daarna aan achter E en A. B staat met bal achter A en E positioneert zich zonder bal achter A. Nu speelt G naar E, die direct naar C doorspeelt. C past in de loop van speler A en E achterloopt A. Dan proberen A en E speler F met dezelfde twee varianten als hiervoor uit te spelen. E staat vervolgens met bal bij G en E positioneert zich zonder bal op de positie van F.
Tip
- Dit passeerwerk is zeer loopintensief en vereist een hoge mate van spel-intelligentie. - De spelers hebben enige tijd nodig om het oefeningsverloop op te slaan. - Een goede balzekerheid en een goed combinatiespel worden nagestreefd. - Het standbeen niet te ver van de bal plaatsen en erop letten dat de spelers niet naar achteren leunen. - Passscherpte en -nauwkeurigheid eisen. - Nauwkeurigheid gaat vóór snelheid. - De concentratie moet in stand gehouden worden. - De anticipatie, waarneming, reactie, bewegings- en actiesnelheid met en zonder bal worden voortdurend geëist.n-Snel omschakelen van aanval naar verdediging c.q. snel overbruggen van een zone alsook het creëren van nieuwe spelsituaties zijn de doelen van deze pasvorm. - Situatieve besluitvorming bij het passeren van de tegenstander (met of zonder inschakeling van de medespeler). - Ontwikkeling van creativiteit gecombineerd met het instuderen van automatismen. - Na afronding van de oefeningsvorm de juiste positie innemen. - 5 pionnen
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenPasstraining