Er worden vier pionnen in de ruit/het kruis zoals voorgeschreven opgesteld. De startpion met bal alsook alle andere pionnen zijn dubbel bezet.
Verloop
Achter A, B, C en D staat telkens minimaal één verdere speler. A past naar B en achterloopt deze. B speelt direct door naar C. C speelt A in de loop. A speelt naar D en sluit zich daar aan. E start hetzelfde verloop met F en G in tegenovergestelde richting naar H. De spelers B en C c.q. hun partners F en G wisselen na elke pasvolgorde van positie.
Tip
Eerst de pasoefening langzaam instuderen en dan het pastempo verhogen. De balverwachtende spelers maken altijd een aanzetbeweging. Zijwaarts of achterwaarts een dynamische sprong om dan de pass tegemoet te gaan. De oefening is bij snelle uitvoering en met acht spelers tegelijk enorm loopintensief. - Onder tijdsdruk wordt een zeer veeleisend, wedstrijdnabij passeerwerk geëist. - De balverwachtende spelers roepen met een verbale aanwijzing de bal af. - De passtiming en starttiming is beslissend. - De pasvolgorde moet synchroon verlopen. - Vaak passen de spelers sneller dan ze lopen. - Passnauwkeurigheid is beslissend, zodat de ballen niet botsen. - 4 pionnen