Met vier pionnen wordt een veld (ca. 15 x 20 meter) gemarkeerd. Vervolgens worden spelersparen ingedeeld en elk op een afstand van ca. 15 meter van elkaar geplaatst.
Trefbal - De spelersparen passen de ballen naar elkaar. Elk paar heeft een bal. De twee blauwe spelers proberen de bal zo vaak mogelijk door de gang te spelen, zonder dat de rode paren met hun ballen de bal van het blauwe paar raken. Alternatief: Ter voorbereiding op deze oefening kunnen gangpasses paarsgewijs ingeoefend worden.
- Pass- en starttiming klopt vaak niet (te vroeg of te laat passen). - Het standbeen moet op 30 - 40 cm afstand zijwaarts naast of op hoogte van de bal geplaatst worden. - Bij de binnenkant voet-pass wijst de voetpunt omhoog, de enkel is stevig aangespannen en het bovenlichaam is licht naar voren over de bal gebogen. - Op de bal van de voet staan, speelvoet licht optillen en de bal in het midden raken. Lichaam over de bal brengen en niet naar achteren in het holle kruis gaan (op dezelfde wijze gebeurt de balcontrole en het aannemen). - Na het raken van de bal het been doorswaaien. - Op de armen letten! Bij het passen met de rechter binnenkant voet gaat de linkerarm naar de rechterheup, bij de linker binnenkant voet gaat de rechterarm naar de linkerheup! - Bij de wreefpass is de enkel gestrekt, tenen wijzen naar de grond en het bovenlichaam is licht over de bal gebogen. - Bij het spelen van de bal met de buitenkant voet kan men makkelijk naar achteren leunen. - Bij de binnenkant voet-trap beweegt men zich zijwaarts verschoven naar de bal, het lichaam gaat in een schuine positie. - 4 pionnen