Tien pionnen vormen een 34 x 40 meter groot vierkant (strafraumdiepte bij origineel speelveld 40 meter) met in totaal vier zones (A-D). De acht blauwe spelers vormen een team en de acht rode spelers vormen een team. In elke sector bevinden zich vier spelers van hetzelfde team (zie tekening), waarbij elk team slechts twee sectoren bezet. (1) 20 meter (2) 6 meter
De blauwe spelers in zone A proberen naar hun medespelers in zone C te passen (en omgekeerd). De rode spelers van zone B proberen dit met een slimme ruimteverdeling te voorkomen. Echter mag geen van de teams hun eigen veld verlaten. Bij balverovering door het rode team worden de taken gewisseld, d.w.z. de spelers van de twee rode zones (B+D) proberen de ballen naar elkaar toe te spelen. De blauwe spelers in veld C nemen het verdedigende werk over en proberen de passes te onderscheppen. De viertallen wisselen regelmatig van zone. Een snelle omschakeling van balbezit naar balverovering staat centraal. Het betreffende team met bal moet de volledige breedte van het veld benutten, om het verdedigende team een balverovering zo moeilijk mogelijk te maken.
- Aangekomen passes of balveroveringen kunnen geteld worden. - Een nauwkeurig passeerwerk moet steeds weer wedstrijdnabij getraind worden. - Speloverzicht trainen. - Met elkaar praten en elkaar helpen. - De spelers moeten in beweging zijn. - 10 pionnen