Er wordt met 8 pionnen een klein vierkant in een groot vierkant opgebouwd. Bij elke pion positioneert zich een speler. De speler bij de startpion heeft een bal. (1) Positiewisseling
Verloop
De pasvolgorde wordt geopend met een pass naar de eerste binnenste pion en deze speler past direct door naar de buitenste pion. Dit combinatiespel herhaalt zich voortdurend. De spelers wisselen zoals getekend horizontaal (in de breedte), ongeacht of ze in het binnenste of buitenste vierkant staan. Alternatief: Na enkele minuten wisselen de spelers de posities van binnen naar buiten en omgekeerd.
Tip
- Dit passeerwerk is zeer loopintensief. - Het standbeen niet te ver van de bal plaatsen en erop letten dat de spelers niet naar achteren leunen. - De passtiming en starttiming is beslissend. - Vaak lopen de spelers sneller dan ze passen. - Passscherpte en -nauwkeurigheid eisen. - 8 pionnen