← terug naar overzicht
Passspel in het vierkant met driehoeksvorming
04 min
Voetbal Oefening

Passspel in het vierkant met driehoeksvorming

Organisatie

Met vier pionnen wordt een vierkant gevormd en met een extra pion in het midden. De spelers verdelen zich gelijkmatig over de buitenste pionnen en een speler positioneert zich bij de middenpion.

Verloop

Speler A passt naar B die naar buiten passt naar speler C. C heeft de optie een dwarspass naar D, een diagonale pass naar E of een longlinepass naar E te spelen. De passroute is tegelijkertijd de looproute. Doel is om een voortdurend wisselend pass- en positiespel met een balcontact per speler te laten ontstaan. Op een dwars-, diagonale of longlinepass moet altijd een pass naar het midden volgen. De bal verwachtende speler maakt altijd een tegenbeweging, loopt in de richting van de pass en versnelt kort tijdens zijn loopweg naar de pion.

Tip

"Precisie voor scherpte" is ook bij deze oefening het motto. Pas wanneer de passes zuiver en gedoseerd de medespeler bereiken, kan de snelheid van de positiewissels worden verhoogd. Er moet met elkaar worden gesproken en een speloverzicht en -snelheid worden ontwikkeld, zodat een soepel verloop gewaarborgd is. Verdere belangrijke kenmerken: - Het standbeen moet op 30 - 40 cm afstand zijwaarts naast of op hoogte van de bal worden geplaatst. - Bij de binnenkantpass wijst de voetpunt naar boven, het enkelgewricht is stevig aangespannen en het bovenlichaam licht naar voren over de bal gebogen. - Op de voetballen staan, speelvoet licht optillen en de bal in het midden raken. Lichaam over de bal brengen en niet in het holle kruis naar achteren gaan. - Na het raken van de bal het been doorzwaaien. - Op de armen letten! Bij het passen met de rechter binnenkant gaat de linker arm naar de rechter heup, bij de linker binnenkant gaat de rechter arm naar de linker heup! - Bij de vollspannpass is het enkelgewricht opengeklapt, de tenen wijzen naar de grond en het bovenlichaam is licht over de bal gebogen. - Bij het spelen van de bal met de buitenkant kan licht in achterwaartse positie worden gegaan. - Bij de binnenkantschop beweegt men zich zijwaarts verschoven naar de bal, het lichaam gaat in een schuine positie. - De pass verwachtende speler start zijn loopweg wanneer de passgever het been voor de pass uitzwaait. - 5 pionnen

Trainingsattributen

Techniek

Techniek
Balcontrole Passtraining Schottraining

Conditie

Conditie
Actiesnelheid met bal Bewegingssnelheid zonder bal

Coördinatie

Coördinatie
Anticipatiesnelheid Handelingssnelheid

Trainingsorganisatie

Leeftijdsgroep
O6 - O13
Duur
04 min
Trainingsopbouw
Warming-up
# Spelers
6 - 9 spelers
Trainingsvorm
Groepstraining Teamtraining
Oefeningniveau
Makkelijk Gemiddeld Moeilijk
Trainingslocatie
Veld Zaal