Er wordt een klein vierkant in een groot vierkant opgebouwd. Elke pion wordt met een speler bezet. Er is een bal nodig. (1) Positiewisseling
Verloop
De spelopening vindt plaats door een horizontale (in de breedte) pass (1) en vervolgens twee diagonale passes (naar binnen (2) en naar buiten (3)). Er wordt voortdurend dezelfde passvolorde geëist. De spelers wisselen voortdurend verticaal (in de diepte), ongeacht of ze in het binnenste of buitenste vierkant staan. Alternatief: Na enkele minuten wisselen de spelers de posities van binnen naar buiten en omgekeerd.
Tip
- Dit passspel is zeer loopintensief. - Het standbeen niet te ver van de bal plaatsen en erop letten dat de spelers niet in achterwaartse positie gaan. - De passtiming en starttiming zijn beslissend. - Vaak lopen de spelers sneller dan ze passen. - Passscherpte en -nauwkeurigheid eisen. - 8 pionnen