Er wordt een pion vrij in de ruimte geplaatst, waaraan de spelers zich opstellen. Op een afstand van ca. 10 - 15 meter voor spelers tot 12 jaar en 20 - 35 meter voor spelers vanaf 13 jaar, staat de trainer of medespeler. De afstand moet naar gelang de leeftijdsgroep variëren: hoe ouder de speler, hoe groter de afstand moet worden. (1) Trainer
De speler probeert met een lange pass over de voorgeschreven afstand de trainer (medespeler) te raken, zonder dat de bal tijdens de vluchtfase de grond raakt. Alternatief: - De vluchtbal wordt met de binnenkant voet, als binnenkant voet-trap of met de wreef gespeeld. Om de moeilijkheidsgraad te verhogen, kan de trainer (medespeler) loopwegen aangeven, in welke richting de bal gepasst moet worden.
- Vanaf 17 jaar kan de afstand tot de trainer (medespeler) gerust 30 meter bedragen. - Het standbeen moet op 30 - 40 cm afstand zijwaarts naast of op hoogte van de bal geplaatst worden. Bij de binnenkant voet-pass wijst de voetpunt omhoog, de enkel is stevig aangespannen en het bovenlichaam is licht naar voren over de bal gebogen. - Op de bal van de voet staan, speelvoet licht optillen en de bal in het midden raken. Lichaam over de bal brengen en niet naar achteren in het holle kruis gaan. - Na het raken van de bal het been doorswaaien. - Op de armen letten! Bij het passen met de rechter binnenkant voet gaat de linkerarm naar de rechterheup, bij de linker binnenkant voet gaat de rechterarm naar de linkerheup! - Bij de wreefpass is de enkel gestrekt, tenen wijzen naar de grond en het bovenlichaam is licht over de bal gebogen. - Bij de binnenkant voet-trap beweegt men zich zijwaarts verschoven naar de bal, het lichaam gaat in een schuine positie. - 1 pion