← terug naar overzicht
Ronaldinho - buitenkant
10 min
Voetbal Oefening

Ronaldinho - buitenkant

Verloop

De speler start in een dribble, speelt de bal met de rechtervoetzool/binnenkant naar links en gaat met de rechtervoet van binnen naar rechts-buiten over de bal. Hij trekt het linkerbeen eveneens over de bal en speelt de bal met de linkerbuitenkant naar links en dribbelt met de linkerbuitenkant verder en start de snelle uitvoering van een baldribble met de buitenkant. Hierbij speelt de speler de bal afwisselend met de rechter- en linkerbuitenkant (elk eenmaal rechts en links). 1 - Balmeename met de voetzool/binnenkant 2 - 4 Lichaamsschijnbeweging overstap 5 - Balmeename linker buitenkant 6 - 7 Dribble linker/rechter buitenkant

Tip

Uitvoeringstechniek bal met de binnenzool/binnenkant strelen: - De speler voert de bal zijwaarts van het lichaam. Daarbij voert hij de bal met de rechtervoet naar links en met de linkervoet naar rechts. Aan het balcontact gaat een lichte uithaalbeweging van het been vooraf. - Het eerste contact met de bal gebeurt met de binnenkant afrollend naar de binnenzool. De voet wordt nu zijwaarts over de bal getrokken waarbij de bal over de complete breedte van de zool "wandelt". De zijwaartse bewegingssequentie leidt ertoe dat de benen kruisen. - Wordt de bal met de rechtervoet gevoerd, dan bevindt het rechterbeen zich links van het linker (stand-)been. Daardoor ontstaat automatisch een lichte verdraaiing in het heupgewricht (de linkerschouder draait naar rechts). - De bal "strelen" betekent bij de balvoering slechts een geringe druk op de bal uitoefenen. - De benen gebogen houden. - Op de voorvoet bewegen. - Kort bodemcontact. - Het bovenlichaam is licht naar voren gebogen. - Niet in achterwaartse ligging gaan. - De armen worden zijwaarts van het lichaam volgens de normale armbeweging bij het lopen/gaan meegevoerd. Uitvoeringstechniek overstap: - De overstap is een lichaamsschijnbeweging, d.w.z. het bovenlichaam moet naar de tegenovergestelde kant (naar rechts) bewegen en de bal naar links. - Er wordt geprobeerd de tegenstander met het bovenlichaam te misleiden en zodanig te beïnvloeden dat deze de beweging meedoet. Daardoor krijgt de balvoerende speler een tijdsvoorsprong. - Het bovenlichaam is licht naar voren gebogen. - De speler moet zich bij de uitvoering op de voorvoet bewegen. - Bij de start van de beweging moet geen grote, lang durende sprong worden uitgevoerd, maar een korte, snelle beweging met bovenlichaam en het been over de bal naar rechts. - Het hoofd niet alleen op de bal gericht houden, maar afwisselend omlaag/omhoog kijken. - Na de uitvoering van de schijnbeweging moet de balmeename eerst iets zijwaarts verschoven (naar links) met de buitenkant gebeuren. Dit moet in de vorm van een korte, snelle start gebeuren. Uitvoeringstechniek buitenkant: - De voet staat zijwaarts licht naar buiten en naar beneden opengeklapt. - De bal wordt met de voorste buitenkant en een beetje de volle wreef geraakt (maximaal de buitenste drie tenen). De tenen liever iets naar beneden gedrukt. - De bal krijgt een lichte spin. - Afwisselende houding van het bovenlichaam tussen rechtop en naar voren gebogen. - Bij de meename met de buitenkant is het bovenlichaam licht naar binnen gedraaid. De voet is eveneens (licht) naar binnen gedraaid. Het voetgewricht is opengeklapt.

Trainingsattributen

Techniek

Techniek
Balcontrole Schijnbewegingen/trucs

Conditie

Conditie
Actiesnelheid met bal Krachttraining

Coördinatie

Coördinatie
Anticipatiesnelheid Handelingssnelheid

Trainingsorganisatie

Leeftijdsgroep
O6 - O13 O14 - O19
Duur
10 min
Trainingsopbouw
Warming-up Hoofddeel
Trainingsvorm
Individueel training
Oefeningniveau
Gemiddeld