De keeper gaat in het doel. Een keeperstrainer positioneert zich op 10 meter afstand zijwaarts voor het doel, de ander 11 meter centraal voor het doel. De ballen zijn bij de keeperstrainers.
Verloop
De keeperstrainer begint met een schot vanuit scherpe hoek in de korte (keeper-) hoek. Direct aansluitend gooit de andere trainer of alternatief een speler dan de tweede bal in de tegenovergestelde hoek. De keeper moet eerst het schot afweren en vervolgens de toegegooide bal in de lange hoek pareren.
Tip
- De schoten moeten in schothardheid (losjes/hard) en in positionering (laag, halfhoog, hoog, op het lichaam, naast het lichaam) variëren. - De afstand van de schutter tot het doel mag niet meer dan 10 m bedragen. - De keeper moet door zijn positiespel de schiethoek optimaal verkleinen. Daartoe plaatst hij zich 1-2 m voor de doellijn en houdt een afstand tot de balnaaste doelpaal van ongeveer een armlengte. - De keeper probeert de ballen veilig te vangen. - Wordt de bal te hard of te geplaatst in de hoeken geschoten, dan moet hij naar de zijkant worden afgeweerd. - Kort voor het schot maakt de keeper een kleine tweevoetige tussensprong of een korte stap naar voren, spreidt de armen zijwaarts, buigt licht in de kniegewrichten en staat op de voetballen. De voeten wijzen in de richting van de schutter en staan ongeveer op heupbreedte, het bovenlichaam wordt licht naar voren geleund en de ogen fixeren de bal. - De keeper mag zich bij de parade niet naar achteren laten vallen of het doel door een vroegtijdige duik openen. - Na de actie in de korte hoek probeert hij nu zo snel mogelijk, met de blik naar de keeperstrainer, in de andere hoek van het doel te komen. - De bal moet zo worden gegooid dat de keeper in achterwaartse loop naar boven-achteren moet springen of zijwaarts in de hoek moet duiken. - De oefening van beide kanten laten uitvoeren. - 1 groot doel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balcontrole
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balKrachttrainingSnelheid