De keeper staat in het doel, twee spelers positioneren zich op de 5-meterlijn voor hem. De keeperstrainer (KT) staat 10 tot 16 m frontaal voor het doel. De ballen zijn bij de KT.
Verloop
De KT schiet vanuit ca. 10-16 m afstand op het doel. De twee spelers ontnemen de keeper daarbij het zicht, zonder de bal af te vlakken. De keeper moet zo snel mogelijk reageren. Intensiteit: Ca. 20 schoten.
Tip
- Voor de keeper is dit, omdat hij de bal pas laat ziet, geen gemakkelijke maar wel een zeer spelrealistische situatie. - De keeper probeert de ballen vast te houden. Lukt dit niet, dan moet hij de ballen naar de zijkant afweren. - De afzet vindt plaats ofwel zonder of met slechts een tussenstap. Meerdere stappen vormen een te groot tijdverlies. Het lichaamsgewicht rust bij de afzet op het afzetbeen. - De keeper springt met een zwaaisstap naar de zijkant. Naar rechts door via de rechtervoet vaart te nemen en zich via de voorvoeten zijwaarts af te zetten. Naar links door via de linkervoet vaart te nemen. - 1 groot-veld-doel(en)