De keeper staat in het doel. De keeperstrainer positioneert zich met de ballen in centrale positie ongeveer 11 m ervoor.
Verloop
Van korte afstand schiet de trainer op het doel. Daarbij varieert hij zijn schoten: - Laag in het midden/in de hoeken. - Halfhoog in het midden/in de hoeken. - Hoog in het midden/in de hoeken. De keeper probeert de ballen te houden en na elke actie weer in zijn basispositie in het midden van het doel te komen.
Tip
- De keeper handelt zodra de bal de voet van de trainer heeft verlaten. - De afzet vindt plaats zonder of met slechts één tussenstap. Meerdere stappen vormen een te groot tijdverlies. Het lichaamsgewicht rust bij de afzet op het afzetbeen. - De keeper springt met een zwaaistap naar de zijkant. Naar rechts door over de rechtervoet vaart te nemen en zich via de voetballen zijwaarts af te duwen. Naar links door over de linkervoet vaart te nemen. - Bij dit bewegingsverloop wijzen de handen en het gezicht richting trainer. - Doel is de bal vast te houden of naar de zijkant af te weren. - De schot- en daarmee de actiefrequentie kan worden gevarieerd. Ofwel wordt na elk schot een korte pauze gemaakt, ofwel na een serie schoten (bijv. 3-5 schote - 2 minuten pauze). - 1 groot doel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balcontrole
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balKrachttrainingSnelheid