Naast elke paal positioneert zich een keeper. De keeperstrainers (KT) positioneren zich met ballen zijwaarts verschoven op 10 m afstand van het doel volgens de grafiek.
Verloop
De KT speelt een stevig, geplaatst geschoten bal vanuit een scherpe hoek op het doel, die de keeper moet houden. De schoten komen van links en rechts. Intensiteit: 10 - 12 schoten. Daarna van kant wisselen.
Tip
- De keeper staat in de uitgangspositie ca. een armlengte van de paal verwijderd. - Kort voor het balcontact door de schutter maakt de keeper een kleine tweevoetige tussenstap of een korte stap naar voren, spreidt de armen zijwaarts, buigt licht in de kniegewrichten en staat op de voetballen. De voeten wijzen richting de schutter en staan ongeveer heupbreed uit elkaar, het bovenlichaam wordt licht naar voren geleund en de ogen fixeren de bal. - De afsprong vindt plaats ofwel zonder of met slechts een tussenstap. Meerdere stappen betekenen een te groot tijdverlies. Het lichaamsgewicht ligt bij de afsprong op het afzetbeen. - De keeper valt met een zwaaibeweging opzij. Naar rechts door over de rechtervoet vaart te nemen en zich via de voetballen zijwaarts af te zetten. Naar links door over de linkervoet vaart te nemen. - Belangrijk voor de keeper is dat hij lang blijft staan en zijn korte hoek dekt, zodat daar geen opening voor de bal bestaat. - De keeper moet erop letten dat hij de afgeweerde bal niet in het midden van het veld laat terugspringen, maar opzij. - 1 groot doel(en)