Opbouw van een schotparcours volgens de tekening. Bij elk station positioneren de spelers zich met hun bal.
Verloop
Linker buitenstation: De speler dribbelt in slalom door het pionnenparcours. Hij start zijn dribbel links naast de pion met de linker binnenkant voet. De bal moet met beide voeten worden geleid. Dat betekent rechts van de pion rechter voet, links van de pion linker voet. Het schot op doel volgt met rechts gecurved. Middenstation: A past de bal naar C en loopt om C heen, C speelt naar B, B speelt diagonaal in de looprichting van A. Deze schiet op doel. Posities worden na elke beurt gewisseld. Vervolgens wordt de pascombinatie spiegelverkeerd ingestudeerd. A past naar B en loopt om B heen, B speelt naar C, C speelt diagonaal in de looprichting van A. Deze schiet op doel. Posities worden na elke beurt gewisseld. Rechter buitenstation: De speler dribbelt in slalom door het pionnenparcours. Hij start zijn dribbel rechts naast de pion met de linker buitenkant voet. De bal moet met beide voeten worden geleid. Dat betekent rechts van de pion linker voet, links van de pion rechter voet (buitenkant voet). Het schot op doel volgt met links gecurved. De groepen kunnen ofwel voor een bepaalde tijd vast bij een station zijn of er wordt na elk schot op doel met de klok mee gewisseld. Als er geen keeper in de groep is, wordt bijv. de schutter na elk niet gemaakt doelpunt keeper. Motivatiehulp: Weddenschappen met de groep: "Jullie halen geen 10 doelpunten in 3 minuten. Verliezer doet 15 push-ups." Of een weddenschap keeper tegen spelers, geen 10 doelpunten. Verliezer doet 15 push-ups.
Tip
- Erop letten dat het passspel met een contact plaatsvindt en de bal in de looprichting en niet te ver van de medespeler wordt gespeeld. - De schutter moet in hoog tempo naar het doel lopen. - De bal verwachtende spelers B + C gaan voor de pass in een tegenaanloopbeweging. - Verschillende schottechnieken eisen (binnenkant voet, wreef, buitenkant voet, binnenwreef, curven) - Snel dribbelen door het slalomparcours. - Tweevoetigheid bij het schot op doel oefenen. - Juiste lichaamshouding eisen. - Bij de doelpoging niet vooraf stilstaan, maar vanuit de loopbeweging schieten. - 2 minidoel(en), 15 pionnen, 1 groot doel(en)
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenameBalcontroleDribbelenPasstrainingSchottraining