Opbouw van een doel en twee op gelijke hoogte opgestelde pionnen, waartussen de spelers naast elkaar opgesteld staan. Elke speler heeft een bal.
Verloop
Elke speler heeft een schot, de speler helemaal links begint. De spelers schieten dan afwisselend op doel. Optie: Als de schutters meer dan de helft van de pogingen succesvol in het doel afronden, hebben zij gewonnen en moet de keeper 10 push-ups doen. Indien ze minder dan 50% van de schoten benutten, moeten de spelers 10 push-ups doen.
Tip
- Op juiste lichaamshouding bij het schot letten: bovenlichaam boven de bal; standbeen ca. 30-40 cm zijwaarts naast de bal, voet wijst in de schotrichting; armen zwaaien mee; de arm die het dichtst bij het schotbeen is, maakt de uithaalbeweging van het been mee, de andere wordt naar voren gebracht; de blik is op het moment van het schot op de bal gericht. - Schotoefeningen altijd tweevoetig laten uitvoeren. - Er kunnen (eventueel op aanwijzing van de trainer) verschillende schottechnieken (binnenkant voet-stoot, wreefschot, curven enz.) worden geoefend. - 2 pionnen, 1 groot doel(en)