Twee spelers staan tegenover elkaar op ongeveer 50-70 cm afstand. De rechter speler pakt de linker speler met beide handen (rode pijl) onder de armen. De linker speler legt zijn handpalmen op de schouders van de rechter speler.
Verloop
De linker speler drukt zich met beide handen explosief (zwarte pijl), krachtig naar boven af. De rechter speler ondersteunt hem daarbij door hem naar boven te duwen (rode pijl).
Tip
- Bij de oefening worden voor de afsprong de voeten in voetbalpositie gebracht. - De benen zijn licht gebogen (bij beide spelers). - Met de armen wordt bij de afsprong krachtig afgeduwd. - De kracht wordt naar boven gericht en niet in de grond. - Het bovenlichaam is rechtop of licht naar voren gebogen