Elke speler heeft een bal. Opbouw van een pionnenvierkant of vrij in de ruimte.
Verloop
Bal met de rechtervoetzool naar links meenemen. Daarna direct met de rechtervoet een uitvalstap naar rechts maken en de bal met de linkerbuitenkant naar links meenemen. Hetzelfde nu met links uitvoeren. Om het bewegingsverloop te voltooien, de bal vervolgens met de voetzool rechts/links achterwaarts voeren. (Uitvalstap - zool/binnenkant/buitenkant - voetzool achterwaarts). 1.+2. Bal met de rechtervoetzool naar links meenemen. 3. Uitvalstap naar rechts. 4. Bal met de linkerbuitenkant naar links meenemen. 5.+6.+7. Bal met de linkervoetzool naar rechts meenemen. 8. Bal met de rechterbuitenkant naar rechts meenemen. 9. Bal met de rechtervoetzool achterwaarts voeren. 10. Bal met de linkervoetzool achterwaarts voeren.
Tip
- Het balvoerende been is gebogen. - Het bovenlichaam is licht naar voren gebogen. - De tenen zijn opgetrokken. - Bij de uitvalstap moet de speler zich op de voetballen bewegen. - De techniekdrill moet langzaam qua bewegings- en techniekverloop worden ingestudeerd en vervolgens steeds sneller worden uitgevoerd. - 4 pionnen