← terug naar overzicht
Speelsysteem 1-4-3-3 met defensieve driehoek
Speelsysteem 1-4-3-3 met defensieve driehoek
30 min
Voetbal Oefening

Speelsysteem 1-4-3-3 met defensieve driehoek

Organisatie

Het 4-3-3 systeem definieert allereerst alleen het aantal veldspelers in de afzonderlijke teamonderdelen. De keeper is aanvankelijk in de oefenbenaming van deze telling uitgesloten. Bij dit hier voorgestelde 4-3-3 systeem zijn de middenvelders driehoeksvormig op het speelveld opgesteld. De afzonderlijke teamonderdelen worden in linies aangegeven. De eerste linie is de keeper. De tweede linie de viermansdefensie, de derde linie de twee defensieve middenvelders, de vierde de aanvallende centrale middenvelder en de vijfde linie het spitsentrio. Bij balbezit van het eigen team beweegt de keeper zich tussen zijn doel en het midden van de eigen speelhelft, zodat hij een afstand van ca. 20 meter tot de defensielinie heeft en altijd als een soort libero aanspeelbaar is en bij lange ballen in de rug van de defensie kan ingrijpen. De veldspelers moeten bij balbezit de breedte en diepte van het hele speelveld benutten. In dit systeem wordt gespeeld met twee centrale verdedigers, twee buitenverdedigers in de verdedigingslinie, op het middenveld met twee middenvelders in de halfposities, een aanvallende middenvelder centraal evenals met twee buitenspitsen en een centrale spits. Bij eigen balbezit heeft men door de staffeling met vier aanvallende spelers een verhoogd aantal aanspeelstations in de buurt van het doelgevaarlijke gebied. Bij balbezit van de tegenstander beweegt het team zich in het defensiefverband in de 4-2-3-1 lijnenformatie op een oppervlak van maximaal 35 x 35 meter. De twee buitenspitsen worden terug het middenveld in getrokken. De defensieve formatie kenmerkt zich in haar uitgangspositie door een lijnenpositionering van de afzonderlijke teamonderdelen. D.w.z. de vier verdedigers staan op lijn, de twee defensieve middenvelders, daarvoor vormen de centrale middenvelder en de twee buitenspitsen een lijn en de centrale spits eveneens. Daarmee worden vier verdedigingslinies gevormd. Daarbij moeten bepaalde afstanden onderling worden aangehouden, die een optimale verdediging van het eigen doel garanderen. Deze afstanden zijn in de regel als volgt: In de breedte 7-12 meter en in de diepte 8-15 meter. De afstanden van de afzonderlijke spelers en teamonderdelen kunnen door een wisselend speeltempo, verandering van de spelsituatie of door tijdelijk ondertalsspel variëren. In teamverband wordt een compact, gedisciplineerd verschuiven nagestreefd, met als doel de ruimtes te verkleinen en zo de tegenstander enerzijds geen pasmogelijkheden in de diepte te bieden, en hem anderzijds de mogelijkheid te ontnemen om individuele acties te starten. Tot de belangrijkste tactische duelmaatregelen behoort het de balvoerende speler naar de buitenbaan te sturen en door dubbelen in balbezit te komen alsook de spelopbouw van de tegenstander door overeenkomstig verschuiven naar de buitenspelers te sturen, daar de passwegen zo dicht te zetten dat alleen nog een pass naar het midden mogelijk is. Daar wordt de speler dan gedubbeld en massaal onder druk gezet.

Trainingsattributen

Trainingsorganisatie

Duur
30 min
Trainingsopbouw
Warming-up Hoofddeel