Verloop
Het betreft een 4-4-2 staffeling met middenveldruit, waarbij de spelers nu een offensieve positie innemen. Doel is om de volledige breedte en diepte van het speelveld te benutten, om grotere speelruimtes voor de opbouw van het eigen aanvalsspel te verkrijgen. De eerste linie is de keeper. De tweede is de viermansverdediging. Hierin staan de twee centrale verdedigers 20-30 meter uit elkaar. De buitenverdedigers schuiven naar de zijlijn op en staan licht naar voren verschoven (hoe ver is afhankelijk van de tegenstrijdige tactiek). Ze fungeren praktisch als middenvelders. In de derde linie, de middenveldketen, schuiven de middenvelders in de halfpositie naar de breedte op en kunnen eventueel ook naar de buitenbanen uitwijken. De centrale, defensieve middenvelder staat diep als afzekering en de centraal offensieve speler stoot achter resp. af en toe in de spits. De vierde linie is het spitsenduo, een van de twee neemt een diep geplaatste positie in, de ander een slechts licht hangende. Bij balbezit van het eigen team beweegt de keeper zich tussen zijn doel en het midden van de eigen speelhelft, zodat hij een afstand van ca. 20 meter tot de verdedigingslinie heeft en altijd als een soort libero aanspeelbaar is.