Er positioneren zich steeds een rode en een blauwe speler als volgt: Op de buitenbanen (links en rechts) ter hoogte van de strafschopgebiedgrens, 35 m van het doel verwijderd op de buitenbanen, ter hoogte van de strafschopgebiedgrens in het midden van het speelveld en bij de halve cirkel op de middenlijn. De keeper gaat in het doel.
Verloop
De eerste bal wordt door de keeper gespeeld. De tegenstander van de speler die de keeper aanspeelt, verlaat het speelveld (hier A4). Nu wordt 6 + keeper tegen 5 gespeeld. De 6 spelers hebben met inbegrip van de keeper de taak om de bal te behouden en achter de middenlijn neer te leggen. De 5 spelers in ondertalsituatie verschuiven en proberen dit te voorkomen, respectievelijk in balbezit te komen en tot een snelle doelpoging te komen. Varianten: - 6 + keeper tegen 6 (niemand gaat eruit) - 4 + keeper tegen 6 - 6 + keeper tegen 8
Tip
- Snelle, precieze spelopbouw. - Het rode team heeft altijd de optie, wanneer de passweg naar voren geblokkeerd is, via de keeper opnieuw op te bouwen. - Bij open ruimtes biedt snel combinatiespel of ruimteoverschrijdend dribbelen zich aan. - Het blauwe team probeert door het spel naar de buitenbanen te leiden, de tegenstander daar onder druk te zetten en in balbezit te komen. - Zeer loopintensief spel. - Naast de spelgerichte spelopbouw via de keeper worden in deze spelvorm de spelverplaatsing, de aanvalsvoorbereiding en het pressing ingestudeerd. - 1 groot doel(en)