Spelopbouw via de viermansachterhoede - Spel-/pasvorm 1
Organisatie
Op hoogte van de strafschopgrens worden op een afstand van 12-17 m 4 verdedigers naast elkaar gepositioneerd. Links aan de buitenlijn staat de LAV, rechts daarnaast de LCV, dan de RCV en aan de rechterkant de RAV. Op hoogte van de middenlijn worden tegenover hen 4 middenvelders als volgt opgesteld: Tegenover de LAV de LAM, tegenover de LCV de HLM, tegenover de RCV de HRM en tegenover de RAV de RAM. De spelers staan met het gezicht naar elkaar toe. Om een gevoel voor de verschillende posities te krijgen, kunnen bijvoorbeeld de beide centrumverdedigerposities alternatief ook door de keepers, en de beide halfposities op het middenveld door de beide spitsen worden ingenomen. Spelersposities in het 4-4-2 systeem: DK - Doel LAV – linker buitenverdediger LCV – linker centrumverdediger RCV – rechter centrumverdediger RAV – rechter buitenverdediger LAM – linker buitenste middenvelder HLM – halflinks middenvelder HRM – halfrechts middenvelder RAM – rechter buitenste middenvelder LSP – linker spits RSP – rechter spits
Verloop
De spelopbouw met het accent op zijwaartse verplaatsing met verschillende paswegen wordt ingestudeerd. De spelopbouw verloopt via de linker buitenverdediger. Er wordt een direct passspel (slechts met een contact) ingestudeerd. De volgende passvolgorde vindt plaats: 1 - LAV speelt een dwarspass naar LCV 2 - LCV passt dwars naar RCV 3 - RCV passt dwars naar RAV 4 - RAV passt diagonaal naar HRM 5 - HRM passt diagonaal naar LCV 6 - LCV passt diagonaal naar LAM 7 - LAM passt langs de lijn naar LAV De pasvariant dient voor de spelopbouw en kan als eindeloze herhaling worden getraind. Er moet echter steeds van kant gewisseld worden voor de spelopbouw. D.w.z. ook de passvolgorde via de RAV starten. In dat geval worden de HLM en de RAM erbij betrokken. Alternatief: - Afhankelijk van het niveau kan het passspel ook met twee contacten worden uitgevoerd. De bal wordt met het eerste contact aangenomen en met het tweede verder gespeeld.
Tip
- Als de spelers een gevoel voor de posities en het verloop van de oefening hebben ontwikkeld, kan afgezien worden van het opstellen van de pionnen. - Vanwege het eisenprofiel van deze pasvorm moeten de spelers zeer geconcentreerd zijn. - De passes moeten met de binnenkant of als binnenkantschot gespeeld worden. - Precisie, scherpte en nauwkeurigheid eisen. - Eerst langzaam beginnen en dan sneller worden. - De pass verwachtende speler maakt, gelijktijdig met de uithaalbeweging van de passgever, een korte tegenbeweging of loopt de passgever tegemoet en passt de bal in de voorwaartse beweging (met 1 contact) direct verder. - De pass moet in de looplijn van de balverwachtende starter gespeeld worden. - De passspeler moet de looplijn van de balverwachtende speler observeren. - De aanzetbeweging van de pasontvanger gebeurt met de uithaalbeweging van de passspeler. - Door de aanzetbeweging van de pasontvanger (een stap terug, dan de pass kort 2-4 m tegemoet komen) verkleint zich kortstondig de afstand tussen de beide passspelers met ca. 4-8 m, omdat de passgever eerder eveneens in verwachting van de bal deze tegemoet gelopen is. - 8 pionnen
Trainingsattributen
Techniek
Techniek
Balaan- en -meenamePasstrainingSchottraining
Tactiek
Tactiek
TeamgedragSpelopbouw
Conditie
Conditie
Actiesnelheid met balBewegingssnelheid zonder balKrachttraining