Opbouw van drie doelen volgens de afbeelding. De twee kleine doelen worden links en rechts op de middenlijn geplaatst, het grote doel midden op de doellijn. De keeper gaat in het doel staan. De keeperstrainer (KT) staat ca. 12 m verderop met de ballen.
Verloop
De KT schiet de keeper een stevige dropkickschot in het vangbereik. De keeper vangt de bal en speelt de bal ofwel per dropkick of per handworp in het rechter of linker doeltje. Intensiteit: 20-30 herhalingen. Bewegings-/pas-/worpafloop: 1 - Dropkick KT + bal vangen door de keeper 2 - Optie worp keeper 3 - Optie dropkick keeper
Tip
- De afzet vindt plaats ofwel zonder of met slechts een tussenstap. Meerdere stappen vormen een te groot tijdverlies. Het lichaamsgewicht rust bij de afzet op het afzetbeen. De keeper probeert de bal vast te houden. - Bij de zijwaartse worp wordt de arm als bij een speerwerper naar achteren gestrekt en de bal op de open handpalm gelegd. De gestrekte arm wordt dan onder spanning naar voren gevoerd. Daarbij gaat hij dicht langs het oor. Belangrijk is hierbij de stemstap. Wanneer de keeper met rechts gooit, staat het linker been zijwaarts naar voren verschoven. Gooit hij met links, dan is het rechter been zijwaarts naar voren verschoven. Men kan de werptechniek tegen een vangnet laten oefenen en naderhand de worpactie in het schottraining inbouwen, doordat na een gehouden bal, deze in een willekeurig ver opgesteld doel moet worden gegooid. - Bij de dropkick de bal in beide handen nemen, armen strekken en bal laten vallen. Op het moment van grondcontact moet de bal met de wreef worden geraakt. Het been zwaait na het raken door. De bal mag niet draaien. - 2 kleinveld-doel(en), 1 groot-veld-doel(en)