Oefening 1: Er worden in totaal 8 ringen in tweerijen achter elkaar op de grond gelegd. Ervoor wordt een startpion geplaatst, waarachter de spelers zich opstellen. Niet meer dan 5-8 spelers per station. Oefening 2: Er worden 12 ringen in kruisvorm op de grond gelegd. Het midden blijft vrij en wordt door de startspeler bezet. De overige spelers staan achter de startpion. Niet meer dan 3-5 spelers per station.
Verloop
Oefening 1: De speler maakt eenbeensprongen op de voetballen met de rechtervoet in de eerste linker ring, dan met de linkervoet in de eerste rechter ring, met de rechtervoet in de tweede linker ring enz. De tweede doorgang start met de linkervoet in de eerste rechter ring. Elke kant vier keer. Oefening 2: De speler staat in het midden en springt van daar eerst met de linkervoet in ring a van ringrij 1, dan in b en c, weer terug in b en a en van daaruit terug naar het midden. Daar landt hij op de rechtervoet en springt ook met rechts in ring a van ringrij 2 verder. Daar maakt hij dezelfde springvolgorde als in 1, alleen met de rechtervoet. Vanuit het midden start hij vervolgens met ringrij 3 en de linkervoet en eindigt met ringrij 4 en de rechtervoet. In totaal 10 herhalingen met zo kort mogelijke grondcontacttijd. Na elke doorgang wisselt de speler.
Tip
- De grond wordt slechts heel kort aangeraakt. - Korte, snelle bewegingen. - Bovenlichaam rechtop of licht naar voren gebogen. - 20 ring(en)
Trainingsattributen
Conditie
Conditie
Bewegingssnelheid zonder balKrachttrainingSnelheid