Tip
- Skipping: korte, snelle bewegingen op de voetballen (niet op de hele voet). De hakken mogen de grond niet raken, de benen/armen zijn gebogen en pendelen volgens de natuurlijke tegenloopbeweging (rechterarm/linkervoet) mee. Het bovenlichaam is naar voren gebogen. Korte bodemcontacttijd, hoogste tempo. - Sidesteps voorwaarts/achterwaarts: In zijwaartse looprichting worden de benen parallel afwisselend uit elkaar en samen gebracht, de armen pendelen daarbij in gelijktakt met de beenbeweging mee. - Na het passspel maken de spelers een explosieve 90 graden-draai en gaan in de sprint. - Doel is het trainen van waarneming, anticipatie, reactie en de start gecombineerd met spelgerichte technieken. - Bij het passspel letten op passcherpte en -nauwkeurigheid. - Bij de sprint wordt in passtand op de voetballen gestart. In het begin is het bovenlichaam ver naar voren gebogen, het zwaartepunt is op heuphoogte, de blik gaat naar beneden. Na het krachtig afduwen over de voetballen wordt het bovenlichaam geleidelijk opgericht, de blik komt omhoog en de pasfrequentie vergroot zich. De armen worden afwisselend met de beenbeweging (gaat het rechterbeen naar voren, gaat de linkerarm naar voren en omgekeerd) actief meebewogen. Na de eerste 3-4 stappen op de voetballen wordt nu over de hele voet afgerold (hak, zool, voetbal), het bovenlichaam is rechtop en rustig, de pasfrequentie stijgt tot het maximum. - 4 pionnen, 2 horde(n)