← terug naar overzicht
Sprintparcours met coördinatie
15 min
Voetbal Oefening

Sprintparcours met coördinatie

Organisatie

Het station wordt voorzien van een start- en een doelpion. Tussen de twee pionnen wordt een hordenparcours opgebouwd (zie afbeelding). De spelers stellen zich achter elkaar op bij het startpion. Per station moeten niet meer dan 5-8 spelers staan.

Verloop

De speler start met een korte aanloop naar het eerste hordepaar (1). Daar springt hij tweebenig voor de horden in de hordetussenruimte af en tweebenig ook weer naar voren eruit. Dan volgt een rechte sprint naar de linker horde (2). Daar maakt hij zijwaartse skippings (2 snelle taps voor en twee taps achter de horde). Vervolgens sprint hij diagonaal naar horde 3 die hij met een tweebenige sprong passeert. Direct achter de horde haakt hij naar rechts af en stuurt horde 4 aan. Daar maakt hij zijwaartse skippings over de horde (2 snelle taps voor en twee taps achter de horde), sprint diagonaal naar horde 5 (rechte skipping met 2 taps voor de horde, 2 erachter, 2 ervoor en dan over de horde naar voren weg) en aansluitende rechte sprint naar het doelpion. Zodra de speler het eerste hordestation gepasseerd heeft, start de volgende speler. De tweebenige sprongen en de skippings worden uitsluitend op de voetballen, met zo kort mogelijke bodemcontacttijd, uitgevoerd!

Tip

- Korte bodemcontacttijd. - Skipping: korte, snelle bewegingen op de voetballen (niet op de hele voet). De hakken mogen de grond niet raken, de benen/armen zijn gebogen en pendelen volgens de natuurlijke tegenloopbeweging (rechterarm/linkervoet) mee. Het bovenlichaam is naar voren gebogen. Korte bodemcontacttijd, hoogste tempo. - Bij de sprint wordt in passtand op de voetballen gestart. In het begin is het bovenlichaam ver naar voren gebogen, het zwaartepunt is op heuphoogte, de blik gaat naar beneden. Na het krachtig afduwen over de voetballen wordt het bovenlichaam geleidelijk opgericht, de blik komt omhoog en de pasfrequentie vergroot zich. De armen worden afwisselend met de beenbeweging (gaat het rechterbeen naar voren, gaat de linkerarm naar voren en omgekeerd) actief meebewogen. Na de eerste 3-4 stappen op de voetballen wordt nu over de hele voet afgerold (hak, zool, voetbal), het bovenlichaam is rechtop en rustig, de pasfrequentie stijgt tot het maximum. - 2 pionnen, 6 horde(n)

Trainingsattributen

Conditie

Conditie
Bewegingssnelheid zonder bal Basisuithoudingsvermogen Krachttraining Snelheid

Coördinatie

Coördinatie
Anticipatiesnelheid Handelingssnelheid

Trainingsorganisatie

Leeftijdsgroep
O6 - O13 O14 - O19
Duur
15 min
Trainingsopbouw
Hoofddeel
# Spelers
1 - 5 spelers
Trainingsvorm
Individueel training Groepstraining Teamtraining
Oefeningniveau
Gemiddeld
Trainingslocatie
Zaal Veld