Met pionnen wordt een start- en een finishlijn opgebouwd. Twee extra pionnen markeren de posities van de aanspelers (zie afbeelding), een derde wordt centraal in het speelveld opgebouwd en moet later door de spelers worden omgelopen. De spelers stellen zich achter elkaar op aan de startlijn. Telkens een speler gaat naar de aanspelerspionnen. De ballen zijn bij de aanspelerspionnen.
De speler vanaf de startlijn sprint naar de eerste aanspeler, die hem de bal toewerpt voor een kopbal. Daarna sprint hij in de andere richting naar de tweede aanspeler, met wie hij een dubbele pass speelt. Vervolgens maakt hij weer een richtingsverandering en sprint om de dichtstbijzijnde middenpion, om dan tot slot een lineaire sprint over de finishlijn te maken. De aanspelers worden regelmatig gewisseld.
- Na het passspel c.q. de kopbal maken de spelers een explosieve 180-gradendraai en gaan in de sprint. - Doel is om de waarneming, anticipatie, reactie en de aanzet gecombineerd met spelgerichte technieken te trainen. - Bij het passspel op passscherpte en -nauwkeurigheid letten. - Bij de sprint wordt in stappositie op de voetballen gestart. Aan het begin is het bovenlichaam ver naar voren gebogen, het lichaamszwaartepunt is op heuphoogte, de blik gaat naar beneden. Na het krachtig afzetten over de voetballen wordt het bovenlichaam geleidelijk opgericht, de blik komt omhoog en de stapfrequentie vergroot zich. De armen worden afwisselend met de beenbeweging (gaat het rechterbeen naar voren, dan gaat de linkerarm naar voren en omgekeerd) actief meebewogen. Na de eerste 3-4 stappen op de voetballen wordt nu over de hele voet afgerold (hiel, zool, voetballen), het bovenlichaam is rechtop en rustig, de stapfrequentie stijgt tot het maximum. - Er wordt gekopt met het voorhoofd. - De nek wordt bij de rechte kopbal niet zijwaarts bewogen, maar van achteren naar voren. - Bij de zijwaartse kopbal wordt het hoofd vanuit de rechte positie tot 45 graden naar de zijkant gedraaid. - Zwaai wordt uit het holle kruis genomen (boogspanning). - Bal bekijken; bij de kopbal zijn de ogen gesloten (dit is een natuurlijke reflex en niet te veranderen!). - Armen zijn gebogen, handen (meestal als vuist) wijzen naar boven en dienen om zwaai te nemen. - 7 pionnen